Ptt

De ptt-waarde (gedeeltelijke tromboplastinetijd) zegt iets over de bloedstolling. Lezen wanneer de ptt wordt ingekort of verlengd!

Ptt

De meting van PTT (afkorting voor partiƫle tromboplastinetijd) is een laboratoriumtest om de functie van een specifiek deel van het bloedstollingssysteem te controleren. De partiƫle tromboplastinetijd is verlengd bij stoornissen van de bloedstolling. Lees meer over wanneer de PTT wordt gediagnosticeerd en welke ziekten van normaal kunnen verschillen.

Productoverzicht

PTT

  • Wat is de PTT?

  • Wanneer bepaal je de PTT?

  • Laboratoriumwaarde: PTT: Welke waarden zijn normaal?

  • Wanneer wordt de PTT ingekort?

  • Wanneer wordt de PTT uitgebreid?

  • Wat te doen met gemodificeerde PTT?

Wat is de PTT?

De PTT-meting is een laboratoriumtest om de bloedstolling te controleren. Aan de ene kant dient het om stollingsstoornissen te diagnosticeren en, aan de andere kant, om de voortgang van het nemen van bepaalde medicijnen te evalueren.

De aPTT (geactiveerde partiƫle tromboplastinetijd) is een gewijzigde vorm van onderzoek: hier wordt de stolling in het laboratorium geactiveerd door de toevoeging van fosfolipiden. Hierdoor kunnen andere factoren die betrokken zijn bij de bloedstolling worden getest.

Wanneer bepaal je de PTT?

PTT wordt veel gebruikt in de klinische praktijk bij patiƫnten die worden behandeld met anticoagulantia zoals heparine. Door te onderzoeken kan de arts de effectiviteit van de therapie beoordelen.

Bovendien wordt de test uitgevoerd bij een vermoede bloedstollingsstoornis. Dergelijke verdenking ontstaat, bijvoorbeeld met frequente neusbloedingen, spontane blauwe plekken (hematoom) of langdurig bloeden na verwondingen.

Laboratoriumwaarde PTT: Welke waarden zijn normaal?

Om de partiƫle tromboplastinetijd te bepalen, heeft de arts een bloedmonster nodig. Het mengt het aldus verkregen bloedplasma met citraat: dit voorkomt bloedstolling tot de feitelijke onderzoekstijd. In het laboratorium wordt de bloedstolling geactiveerd en wordt de tijd tot coagulatie gemeten. De standaard PTT-waarde is 20 tot 38 seconden; de normale waarde voor de aPTT is 27 tot 35 seconden.

Wanneer wordt de PTT ingekort?

Als de PTT-waarde wordt verkort, betekent dit dat het bloed te snel stolt. De arts noemt deze hypercoagulabiliteit. Het kan worden gevonden, bijvoorbeeld, in de volgende ziekten:

  • Factor V Leiden
  • Gebrek aan proteĆÆne S of proteĆÆne C (aangeboren of verworven door lever of chronische darmziekte)
  • Anithrombin deficiĆ«ntie

Wanneer wordt de PTT uitgebreid?

Een uitgebreide PTT- of aPTT-waarde komt voor bij verschillende stoornissen van de bloedstolling:

  • Gebrek aan bepaalde stollingsfactoren (I, II, V, X, XI en XII)
  • Hemofilie (tekort aan factor VIII of IX)
  • Antifosfolipide-antilichaamsyndroom (de zogenaamde lupus anticoagulans)
  • Von Willebrand-JĆ¼rgens-syndroom
  • Consumptiecoagulopathie (gedissemineerde intravasculaire coagulatie)
  • Vitamine K-deficiĆ«ntie
  • Schade aan het leverweefsel

Bovendien remmen verschillende geneesmiddelen de bloedstolling, wat resulteert in PTT-verlenging. Dit geldt bijvoorbeeld voor heparine en acetylsalicylzuur (ASA).

Wat te doen met gemodificeerde PTT?

Als de partiƫle tromboplastinetijd is verlengd, moet de arts de oorzaak ophelderen. Als de patiƫnt een tot nu toe onbekende bloedstollingsstoornis heeft, kan dit gevaarlijk zijn bij latere operaties of letsels. arts koestert wegens diverse symptomen (frequente neusbloedingen, kneuzingen etc.) het vermoeden van een stollingsstoornis, bepaalt andere laboratoriumwaarden zoals de activiteit van stollingsfactoren of auto-antilichamen.

Bij patiƫnten die een heparinetherapie krijgen, is het normaal en wenselijk dat de PTT ongeveer twee tot drie keer de normale waarde verlengt. Hier is geen actie nodig. Is dat zo PTTWaarde bij gehepariniseerde patiƫnten, maar niet binnen het gewenste bereik, de arts kan de dosis van het anticoagulans Heparine verhogen of verlagen.


Zo? Deel Met Vrienden: